HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN 1813 – HEDEN

 

Het was in het jaar 1813 een droevige toestand in ons land. Het volk zuchtte onder het verzet van de Fransen. Vele Nederlanders hadden in het begin van Franse Revolutie in 1795 gedanst om de vrijheidsbomen en geroepen: “Liberté, égalité et fraternité. (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Men dacht dat er een betere tijd zo aanbreken toen de Fransen in het land kwamen, en alle mooie dingen zomaar uit Frankrijk zouden overkomen. Maar o, wat was het alles anders uitgekomen. Wat was het tegengevallen. De Fransen hadden ons land bezet, vele Hollandse jongens moesten dienen in het Franse Leger. Met een machtig leger was Napoleon naar Rusland vertrokken, maar daar was het leger verslagen, en van de 15.000 Nederlandse jongens die in het Franse leger waren, zijn er ongeveer 250 teruggekeerd naar Nederland. Als in april 1813 Napoleons roemloze terugkeer uit Rusland bekend wordt, dan breken er opstandjes uit. Het volk keert zich tegen de bezetter en hoopt op verlossing. De Franse bezetter onderdrukt met harde hand deze opstandjes.

Maar in de herfst van 1813 keert het tij definitief. In een geweldige veldslag van drie dagen bij Leipzig wordt Napoleon vernietigend verslagen. Keizer Napoleon vlucht naar Frankrijk om daar de verdediging in orde te brengen. Op 9 november 1813 komen bij Gramsbergen in Overijssel de eerste kozakken over de grens. Weldra is Oost-Nederland bevrijd.

In den Haag is de ziel van het verzet. Gijsbert Karel van Hogendorp is precies op de hoogte van alles wat er is gebeurd. Tijdens de donkere bezettingsjaren heeft hij zelfs al een ontwerp van een grondwet samengesteld. Elk baantje voor de Fransen heeft hij geweigerd, want hij wil trouw blijven aan Oranje. Als Van Hogendorp op 17 november meent, dat tot opstand kan worden overgegaan, dan machtigt hij Van Limburg Stirum op te treden als gouverneur van Den Haag. Van Hogendorp zelf kan er niet bij zijn, want die kan vanwege hevige jichtaanvallen niet eens van zijn stoel komen. Weldra lopen zijn zonen en de nieuwe gouverneur met een oranje kokarde door de straten van Den Haag. Dat brengt een enorme opschudding teweeg. Heel Den Haag hult zich weldra in de nationale kleur. Op 2 uur in de middag wappert de vlag van de Grote Kerk.

Op de hoeken van de straten wordt een proclamatie van het driemanschap dat zich heeft gevormd afgelezen. Het driemanschap bestaat uit de heren Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam, en Van Limburg Stirum. De proclamatie bevat de volgende tekst:

“Oranje Boven!                                                                               
Holland is vrij.
De bondgenoten trekken op Utrecht.
De Engelsen worden geroepen.
De Fransen vluchten aan alle kanten.
De zee is open.
De koophandel herleeft.
Alle partijschap heeft opgehouden.
Al het geledene is vergeten
En vergeven.
Alle aanzienlijken komen in de Regering.
De Regering roept de prins uit
Tot Hoge Overheid
Wij voegen ons bij de bondgenoten.                                          
En dwingen de vijand tot vrede.
Het volk krijgt een vrolijke dag
Op gemene kosten.
Zonder plundering en mishandeling.
Elk dankt God.
De oude tijden komen wederom.
Oranje Boven.

 

Met gejuich wordt de proclamatie aangehoord. De terugkeer van het Oranje-geslacht op Nederlandse bodem wordt hierin aangekondigd. Intussen getuigt zij van veel durf, want de Fransen zijn nog lang niet uit ons land.

Dat vinden de aanzienlijken ook, dat het van veel durf getuigt, zij gaan naar Van Hogendorp om te spreken over een nieuwe landsregering. Ze zijn bang, te bang om iets te doen. Van Hogendorp wordt er moedeloos van. Uiteindelijk neemt het Driemanschap, te weten: Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam, en Van Limburg Stirum de nationale regering voorlopig zelf maar in handen. Dat gebeurde in het huis van Gijsbert Karel van Hogendorp aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Zo wordt zondagmorgen 21 november een gewichtig moment in de Nederlandse geschiedenis. In naam van de prins van Oranje wordt een voorlopig bestuur (Het Hoog Bewind) gevormd dat de macht van de Fransen overneemt. Dat was een daad die getuigde van moed.